
De Scheldeovergang van Wichelen naar Uitbergen was en is nog steeds een cruciaal verbindingsstuk op de weg van het Land van Aalst naar het Land van Waas. De bestaande veerpont werd in de loop van de 19de eeuw totaal onvoldoende geacht en door betrokken gemeenten werden onverdroten plannen gemaakt voor het optrekken van een brug en de financiering ervan.
Pas in 1881 kwam, na moeizame graafwerken en jarenlange verkoop van aandelen om de kosten te financieren, een draaibrug over de Schelde tot stand. Het wegdek van deze brug kon gedeeltelijk dwars gedraaid worden wat de drukke scheepvaart verder mogelijk maakte.
De gebruikers van de brug moesten evenwel tol betalen, wat principieel gold om de in het brughuis wonende bruggendraaier en de aandeelhouders te vergoeden.
Het in 1882 door de gemeente Uitbergen gebouwde en nog steeds bestaande brughuis aan de overkant van de stroom is een project van de in Wichelen geboren architect Théophile Présiaux die ook verantwoordelijk is voor Villa Dora en Huize Govaert te Wichelen.
Hoewel er voordien al een systeem van subsidie was ingevoerd, werd de brug in 1900 uiteindelijk volle staatseigendom.

De brug werd tijdens de Eerste Wereldoorlog licht beschadigd en tijdens de Tweede Wereldoorlog tot tweemaal toe opgeblazen. In 1940 lagen er meerdere dagen Belgische genietroepen gelegerd bij de brug. Pas toen de Duitsers naderbij kwamen, werd de brug vernield om de vijand tegen te houden.
Het herstel van die eerste brug was niet meer mogelijk. Tussen 1940 en 1942 werd onder Duits bestuur een nieuwe brug gebouwd volgens plannen van de Duitse genie. Het werd een soort ophaalbrug waarbij twee brugdraaiers, één aan elke kant, de brug gelijkmatig moesten opdraaien. Naar het schijnt was het werk, door de plaatsing van de vele tegengewichten, heel wat eenvoudiger dan het vroegere systeem. In 1944 werd de brug door de zich terugtrekkende Duitsers deels gedynamiteerd. Met gebruik van allerlei hulpmiddelen konden de voetgangers toch nog door en als het hard vroor kon men te voet over de Schelde! In volgende jaren werd de brug in de mate van het mogelijke hersteld.
Het bestaande euvel verdween echter niet: de twee korte Scheldebochten en de eruit volgende mogelijke gevaarlijke stromingen zorgden ervoor dat binnenschippers door aanvaring van het staketsel voor averij bleven zorgen. Herstellingen en aanpassingen bleken niet afdoende.
Na moeizame onteigeningen en ingewikkelde procedures en onderhandelingen over de toegangswegen kregen Wichelen en Uitbergen een eindje verderop uiteindelijk in 1963 een nieuwe brug.
