
Architect Théophile Présiaux uit Lede en afkomstig uit de Wichelse Mosstraat heeft in onze gemeente enkele opmerkelijke woningen ontworpen. Dit is er één van.
In opdracht van hoofdonderwijzer Philemon Govaert werd in 1911-1912 een hoekhuis gebouwd op de plaats waar voorheen de herberg “De Engel” stond, het vergaderlokaal van de fanfares Sint-Cecilia en De Clemenskring. Deze bijzondere woonst werd van 1916 tot 1933 verhuurd aan een notaris en nadien bewoond door de bouwheer Govaert en zijn gezin.
Dit half vrijstaande hoekhuis is eigenlijk een diep enkelhuis. De lange zijgevel aan de kant van de Statiestraat werd als tweede zichtgevel evenwaardig als de korte voorgevel uitgewerkt. Door de toepassing van een schilddak en een schuine sokkel werd het totaalvolume beklemtoond, wat bijdraagt tot de allure van de woning. De schuine hoektravee verkreeg door een brede erker onder een hoog puntgevelvormig dakvenster met bekroning, een extra accentuering.

Naar materiaalgebruik en decoratie zijn de straatgevels in de typerende eclectische stijl van Théophile Présiaux uitgewerkt met zijn in die periode gebruikelijke mengeling van baksteen, breuksteen, hardsteen en gekleurde bakstenen. De witte stenen omlijsting van de muuropeningen, op de gevelhoeken en in banden die de vensterregisters aflijnen, hebben een sterk aandeel in de gevelcompositie. Ook de uitgewerkte gewitte kroonlijst vormt een bepalend element.
Opmerkelijk is het tot in de kleinste details intact bewaarde voorkomen van de straattegels. Zo bewaren de speelse spiegelboogvormige muuropeningen hun origineel schrijnwerk met decoratieve kleine roedeverdeling, deels met gekleurd glas. Ook de verdiepte deur bezit hout- en ijzerwerk dat van een verfijnde afwerking getuigt. Een interessant detail is onder meer het authentieke ijzeren deurbeslag met handvat dat de brievenbusopening omlijst, uitgevoerd in art-nouveaustijl.
De brievenbusklep draagt in reliëf het opschrift “LETTRES”. De omkrullende blaadjes van de rozetjes op de I-balk van de erker zijn eveneens typerend voor ontwerper Théophile Présiaux. Het interieur behield zijn oorspronkelijke indeling van een gemiddeld groot burgerhuis, versierd evenwel met opmerkelijke art-nouveau-ornamenten zoals koperen handgrepen, geëtst glas en imitatiemarmer. De ruim ommuurde achtertuin maakt historisch integrerend deel uit van het goed.

