In oude vissersdorpjes langs de Schelde vind je wel vaker steegjes die de waterloop en het centrum met elkaar verbinden. Langs daar konden geloste goederen snel naar de grote weg worden gebracht om verder verdeeld te worden.

Het is een heel smal straatje dat het deel van de Margote, dat vroeger nog bekend stond als “Dorp”, met de Schelde verbindt en een onderdeel is van de Scheldehoek. Er gaat een verhaal dat wekelijks een schip aanlegde met hoofdzakelijk mosselen, maar ook vis aan boord. Een Wichels koppel, Mieken Ollekes en Lange Vien, laadde al het mogelijke over op een hondenkar, via het glazen straatje werd de koopwaar naar de straathoek gevoerd en daar als koopwaar aangeboden. 

Lange Vien en Mieken Ollekes vooraan op de foto

Rond 1910 werd de vermelding “glazen straatje” voor het eerst schriftelijk gebruikt. Op dat ogenblik stonden er zes vochtige huisjes die eigendom waren van de toenmalige lokale liefdadigheidsinstelling (wat we nu OCMW noemen) en bewoond waren door bijzondere volkse figuren die allen een bijnaam hadden. Dankt het straatje zijn naam aan deze bewoners of één van hen? Heeft de naam te maken met de voorzichtige behandeling van alle gedragen vracht en last? Of heeft de verlichting van de Moeder Maagd voor klaarheid gezorgd? Een verband met het gelijknamige straatje in Gent hebben wij niet kunnen vinden.

De meest aannemelijke verklaring is dat ook breekbaar glas en gleiswerk langs hier werden gelost.

Plaats een reactie