Villa Rustoord

Deze villa is een ontwerp van architect Jos Lycke van Wetteren, gebouwd in modernistische stijl met art-deco-elementen.

Burgemeester De Ridder liet op latere leeftijd deze villa bouwen als privéwoning voor hem en zijn echtgenote. Hij was burgemeester tot 1939, tot kort voor de Tweede Wereldoorlog dus, en was een vertegenwoordiger van ‘de roden’, zoals de katholieke partij in Serskamp werd genoemd. Zij waren in de 20ste eeuw afwisselend met ‘de blauwen’, de liberale partij, aan de macht in het dorp. Vaak vormden de verkiezingen een nek aan nek gevecht dat pas op de dag van de stembusslag werd beslecht. Op vraag van partijgenoot Charles Van Herreweghe (foto), in de jaren ’70 eveneens burgemeester, werd tijdens de Tweede Wereldoorlog een minder kwalitatieve kopie van de villa Rustoord gebouwd in de Nieuwstraat.

De voordeur van de villa bevat een krul- of fonteinmotief dat stilistisch volledig aansluit bij het hekwerk. De traphal is in vergelijking met de andere kamers zeer ruim en opgevat als voornaamste ontvangstplaats. In het merendeel van de kamers bleven de oorspronkelijke binnendeuren en vensters met gestileerde krukken, hang- en sluitwerk, deurgehelen met ingebouwde kasten met handgreep in art-decomotief, tegelvloeren, parket in salon en marmeren schouwen met corresponderende venstertabletten, vrij gaaf behouden. De plaatsing van vensters, die doorlopen over de gehele breedte van de afgeronde uitbouwen in salon en voormalige eetplaats, versterkt het ruimtelijk effect van die lokalen en zorgt voor een mooi uitzicht op de tuin. Dat alles creëert zelfs een soort ‘zeegevoel’, zoals typisch voor de kustvilla’s.

De L-vormige tuin vertoont nog deels de vroegere aanleg, met slingerende padenstructuur, een hoge spar, een taxusboom en een geplaveid terras rechts van de woning, naast de oprit.

Verhoogstraatkapel

Deze kapel is gebouwd in 1887-1888 op grond geschonken door een Serskampse landbouwer en een Schellebelse winkelier. Ze is lange tijd gebruikt voor de Mariaverering tijdens de meimaand en voor het bidden van een rozenkrans bij een overlijden in de buurt. Tijdens de lokale Wafelkermis half september komen ook de reuzen van de Verhoogstraat uit hun bewaarplaats.

De buurtkermis rond de kapel is in 1947, kort na de Tweede Wereldoorlog, ontstaan. Die heeft telkens plaats op de eerste zondag na 16 september, het feest van de H. Cornelius. Op dat tijdstip van het jaar zijn gewoonlijk de aardappelen en het fruit binnen, een uitgelezen moment om wafels te bakken en te feesten.

De initiatiefnemers waren een groep vrienden uit de buurt, onder wie Gilbert Leus, Frans Hoebeke en Alfons Temmerman.

Achiel Van der Eecken, Adolf Temmerman, Julius Cesar, Frans Jacob en Alfons Verhofstadt (de eerste reuzendrager)

Traditioneel dansen de reuzen van de Verhoogstraat, Cesar en Cesarine, dan op de tonen van een lokaal muziekgroepje. Ter gelegenheid van bijzondere verjaardagen wordt een reuzenstoet georganiseerd met reuzen uit andere gemeenten. Op hun beurt hebben de reuzen al een flink stuk gereisd, niet alleen in België, maar ook in delen van Nederland, Noord-Frankrijk en zelfs tot in Catalonië zijn ze al gaan stappen en dansen!

Torkes watermolen

De molen dateert naar verluidt van 1747 en is alleszins al opgenomen op de Ferrariskaart van eind 18de eeuw. Het is een voormalige lijnkoekmolen, oorspronkelijk eigendom van de parochie en de heerlijkheden van Serskamp en Wichelen. Aan het eind van het Ancien Regime werd hij openbaar verkocht. Ook de voormalige burgemeester van Gent, Charles de Kerchove de Denterghem, is eigenaar geweest.

Zoals de naam laat vermoeden, is de Molenbeek begiftigd met een hele resem watermolens op haar loop. In onze gemeente alleen al zijn er twee, want ook de Waelemolen in de wijk Bruinbeke, is er één van. De Molenbeek ontspringt in Grotenberge, deelgemeente van Zottegem, en slingert zich over een afstand van 22 km door het landschap.

De beek vormt hier de scheiding tussen Serskamp en Wichelen, het molenhuis staat in Wichelen, het molengebouw – omgebouwd eerst tot dancing en later tot restaurant – in Serskamp.

De onderbouw van de watergevel in massieve natuursteenblokken is nog duidelijk zichtbaar. Het buitenwerk van de watermolen zelf is in vervallen toestand. Het bovenslagwiel is verdwenen. De wateras, betonnen goot over het sluiswerk en de langsgerichte dammen en oeverversteviging in natuursteen bleven gedeeltelijk bewaard.

In het molenhuis is één open ruimte waarin het maalprincipe zichtbaar is. De molen is uitgerust met twee koppels maalstenen, waarvan één koppel uit La Ferté-sous-Jouarre, boven een vierkanten asput. De bakstenen en houten maalstoel staan via twee houten trapladders in verbinding met de halfopen meelzolder. Voorts zijn ook nog een houten maalvloer, een haverpletter-maïsbreker, een weegschaal, een galg om zakken aan te hangen en een luitouw, waaraan de zakken werden opgehesen, bewaard gebleven.

Sint-Denijspastorie

De pastorie is rond 1785 gebouwd, kort na de afschaffing van het klooster van Tussenbeke, waarvan witte zandsteen in de achtergevel is verwerkt. De voorgevel is classicistisch, de deuromlijsting bestaat uit blauwe hardsteen in rococostijl. Oorspronkelijk was het gebouw gekaleid om de broze bakstenen te beschermen.

De binnenindeling bleef behouden met een centrale gang, links een ontvangstruimte en rechts eetkamer en keuken. Kenmerkend is een haaks geplaatste traphal links achter de voorgevel. De traphal is afgesloten met een aan de binnenzijde vergrendelde deur en in de zijwand is een uitkijkluik uitgewerkt. De kapconstructie op de zolder is indrukwekkend en bestaat uit vier samengestelde eikenhouten spanten met doorgaande gordingen.

Het gebouw wordt nu gebruikt als uitleenpost van de bibliotheek beneden en als vergader- en archiefruimte voor de kerkfabriek boven.

De pastorie is als monument beschermd sedert 18 maart 2008.

Voor het jaar 1785 was er geen pastoorswoning in Serskamp, de parochie werd bediend door de proost van het Norbertinessenklooster van Serskamp (klooster Tussenbeke). Tot het begin van de 18de eeuw was dat een Norbertijn van de abdij van Drongen, daarna een Norbertijn van de abdij van Grimbergen. De laatste proost, Milo Van Haelen, kreeg toen de toestemming om vlak bij de kerk, aan het kerkhof, een pastoorswoning te laten bouwen.

In het interieur zijn in de salon en eetkamer de oorspronkelijke moerbalken bewaard met verzorgd eenvoudig lijstwerk en schouwboezems met kenmerkend Lodewijk XVI-stucwerk. De Vlaamse schouw en de gerecupereerde binnendeuren in de keuken, waarvan er een naar de bijkamer en een naar de kelder leidt, werden van houtimitatie voorzien, wellicht uit de 19de eeuw.

In de tuin was achteraan een vijver aangelegd waarin vissen werden gekweekt en die ook dienstdeed als statussymbool. De vijver ligt achter een heuveltje zodat het lijkt alsof de oorspronkelijk achterliggende weilanden ook nog deel uitmaakten van het domein zelf. Centraal in de achtertuin, in de as van de woning, staat een heel oude, beeldbepalende rode beuk. Links bevond zich een moestuin met fruitbomen zoals destijds gebruikelijk. De keuken kon dus vele ingrediënten vlakbij vinden. De tuin vertoont ook nog steeds een omlopend slingerpad rond een grasperk. Op dat pad kon de pastoor dagelijks brevieren, wandelend lezen in godsdienstige geschriften.

Sint-Denijskerk

De kerk is vanaf 1856 gebouwd op bijna dezelfde plaats als de oude parochiekerk in neogotische stijl. Ze is een ontwerp van architect-priester Clarysse. Tussen en tegen de steunberen van het koorfront is een overdekte calvarie opgericht met gedenkplaten aan voorname lokale families. Het kerkinterieur is deels aangekleed met meubilair uit het oude bedehuis en deels met later vervaardigde stukken.

Tot het eind van de 18de eeuw was de bedienaar van de eredienst hier in de kerk de proost van het Norbertinessenklooster van Tussenbeke, gelegen tussen de Welle- en de Molenbeek op de grens met Wichelen, Lede en Wanzele. In het interieur bevindt zich een biechtstoel in eik van omstreeks 1750, die na de afschaffing van het genoemde klooster in 1783, zou overgebracht zijn naar de parochiekerk. Ook in de sacristie staat nog een vermoedelijk relict uit die abdij: een kruisbeeld met rocaillemotief en engelenhoofdje.

Klooster Tussenbeke

Het schilderij ‘Jezus de kindervriend’ dateert van omstreeks 1600 en is mogelijks toe te schrijven aan de Brusselse schilder Hendrik De Clerck of zijn omgeving, ‘Het gezin van Nazareth’ is een werk van het eind van de 18de eeuw.

De zijaltaren zijn toegewijd aan Onze-Lieve-Vrouw (rechts) en de H. Cornelius. De eiken preekstoel dateert uit de 19de eeuw met op de panelen van de kuip bas-reliëfs met de borstbeelden van de H. Petrus, de H. Dionysius en Christus. In het koor bevinden zich drie glasramen met Bijbelse taferelen, in 1929 vervaardigd.

Het kerkhof wordt vooraan afgeboord door ijzeren hekwerk met een hoog dubbel hek, bevestigd aan decoratieve ijzeren hekpijlers met siervaasbekroning en een kruis op de middenstijl.

Pachthoeve klooster Tussenbeke

Deze boerderij hing af van het nabij gelegen klooster en werd in 1798 verkocht aan rentenier Frans De Naeyer uit Gent, voor een bedrag dat meer dan tien keer de schattingsprijs oversteeg. De familie Uyttendaele, huidige eigenaars, bouwde in 1936 een nieuwe vrijstaande woning in art-decostijl.

Het voormalige Norbertinessenklooster van Tussenbeke was een rijke instelling. Het beschikte niet alleen over deze pachthoeve, maar ook over drie graanmolens, waarvan twee watermolens en een windmolen. De verdwenen windmolen (zie foto) was tot net voor de Tweede Wereldoorlog het pronkstuk van de wijk Moleneed, de watermolens bevonden zich in de huidige Watermolenstraat in de Bruinbeke (de Waelemolen) en op de grens van Lede en Wanzele (de Rabboutsrodemolen).

Naast deze pachthoeve waren er nog drie andere, waaronder ‘Het Hof’, gelegen achter de huidige kerk van Serskamp, in de Pastorijstraat. Die hoeve is volledig verdwenen.

Nog de moeite waard om te vermelden is, dat de schuttersgilde Sint-Sebastiaan, opgericht in Serskamp in 1712, altijd de proost van het klooster als hoofdman had tot de afschaffing van de abdij. Van die gilde zijn het gildeboek, het gildevaandel en de kostbare zilveren gildebreuk, die de schutterskoning over zijn schouders mocht dragen, bewaard gebleven.

Alfons Leeman draagt de gildebreuk

Meykes Hof

Dit is een voormalige hoeve met brouwershuis van de brouwerij De Mey met ijsfabriekje en een weverijgebouw. Na stopzetting van de brouwerij werd de brouwinstallatie in de jaren 1950 verwijderd. Ook de weverij die tijdens WO II parachutestof vervaardigde, stopte in die jaren haar activiteit.

De wijk Boeygem is vrij ver van de dorpskern van Serskamp gelegen. De kinderen ervan liepen in het begin van de 20ste eeuw meestal school in het meer nabijgelegen Wichelen, waar ook een station was. Het was een plattelandswijk met nogal wat boerderijen, verspreid in het landschap rond de vallei van de Molenbeek.

Volgens het kadasterarchief was dit complex al in 1834 eigendom van de familie De Mey, dat in de loop van de 19de eeuw fasegewijs werd uitgebreid. Na de Eerste Wereldoorlog stond de brouwerij bekend als de ‘Brasserie de l’Aigle’ en vanaf 1921 als ‘Meykes Brouwerij’. Na de Tweede Wereldoorlog werd hier het ‘Gala’-bier gebrouwen.

Pas in 1920 werd de weverij opgericht, gevolgd door een vergroting van de bedrijfsgebouwen. Aan de straat zien we de voorgevel van een boerenburgerhuis met links het aansluitend poortgebouw met vroegere conciërgewoning in een verankerde baksteenbouw onder een doorgetrokken pannen zadeldak. De begane grond van vijf traveeën bevindt zich op een huiskelder. De zuidelijk gerichte erfgevel van het oudste boerenhuis op de binnenkoer heeft boven de voordeur een gevelsteentje gedateerd 1625.

Kloostergebouw Serskamp

Dit beeldbepalende gebouw op het dorpsplein is het voormalige klooster van de Zusters van Sint-Franciscus van Opbrakel, tot begin de jaren 1990 een meisjesschool. In de 19de eeuw was het bouwwerk een herenhuis met stokerij, eigendom van burgemeester Hoebands. Later werd het verhuurd als herberg met danszaal. Pastoor Van Cauwelaert maakte er vanaf 1899 een klooster van.

Het is een rechthoekig gebouw van zes traveeën en twee bouwlagen onder een schilddak met een gecementeerde lijstgevel. Aan de kant van de Pastorijstraat werd een kapel aangebouwd met een driezijdige koorsluiting, aan de straatzijde afgedekt met een kunstleien schilddak met torenkruis.

Zoals in elke plattelandsgemeente was er tot begin de jaren ’90 van de vorige eeuw een lagere jongens- en meisjesschool. De gemeente stond meestal in voor het onderwijs van de jongens, het klooster voor het onderwijs van de meisjes, later ook vaak voor het inrichten van een (gemengde) kleuterschool. Dat was ook het geval in Serskamp. Na overleg tussen de inrichtende machten van beide netten werd overeengekomen dat het vrij onderwijs voortaan de kleuters zou blijven opvangen en dat de gemeente zou instaan voor gemengd lager onderwijs. En zo is geschied sedert halfweg de jaren ’90.

Openluchtfeest meisjesschool tijdens schooljaar 1945-1946

In 1931 werd een deel van het schoolgebouw met een verdieping verhoogd. In 1969-1970 werden drie nieuw kleuterklassen gebouwd en twee oude gesloopt, de oude kloostertuin werd een speeltuin.

Verschillende zusters raakten door de jaren heen vergroeid met het parochiale en sociale leven, zo bij uitstek zuster Eliane. Als dank en blijvende herinnering aan haar onbaatzuchtige inzet werd de straat in de verkaveling achter de pastorietuin ‘Zuster Elianestraat’ gedoopt.

Zuster Eliane

Hof te Boeygem

Deze boerderij is ten vroegste op het eind van de 17de eeuw gebouwd, maar is in zijn huidige vorm getekend op de Ferrariskaart van eind 18de eeuw. Het is een gesloten Brabantse vierkantshoeve, oorspronkelijk eigendom van de familie Dalschaert, die maar liefst vier Serskampse burgemeesters leverde.

De boerderij telt elf kamers. Indertijd waren de families inderdaad kroostrijk, maar er waren ook kamers voor de knechten en dienstmeisjes, wat bewijst dat de hoeve een belangrijk ijkpunt voor de gemeente was. Er is nog altijd een riante ‘beste kamer’, een ruime woonkamer en een keuken. Boven de open haard torent het opschrift ‘Labor vincit improbus’, ‘naarstige arbeid overwint alles’.

In de haard zelf hangt een gietijzeren plaat met het opschrift ‘Pro Patria’. Daaronder zit een klimmende leeuw met zeven pijlen en een zwaard, naast een Nederlandse maagd, samen in een Hollandse tuin. Dat geheel symboliseert de Republiek der 7 Verenigde Provinciën. Ook in het kasteel van Gaasbeek is een gelijkaardige haardplaat bewaard.

Aan de familie Dalschaert herinnert een grote gedenkplaat aan de achterkant van de kerk van Serskamp.

Boeygemkapel

Dit bedehuisje in neogotische stijl is gebouwd in opdracht van Fredericus Dalschaert, de landbouwer die er rechtover woonde in de tweede helft van de 19de eeuw. Door een epidemie werd zijn veestapel uitgedund, maar na een ingewilligde smeekbede liet hij deze H. Hart- en H. Antoniuskapel optrekken.

Deze wegkapel is gelegen op het T-kruispunt van de straat Boeygem met de veldweg naar Hulst, de Wichelse Dries, die over Boeygemkouter loopt. Het is een bakstenenkapel met een driezijdige sluiting onder een zadeldak, bedekt met kunstleien en twee zilverkleurige topkruisen.

De kapel is een typisch 19de-eeuwse uiting van volksdevotie, waar de bewoners bij het overlijden van een buur een rozenkrans kwamen bidden en tijdens de meimaand de kapel met bloemen versierden voor het rozenhoedje. Uiteraard speelden daarbij ook de sociale contacten een belangrijke rol, het was een gesproken dagblad voor het streeknieuws.