Serafien De Keyser (1794-1813) was een Wichelse seminarist die onder het Franse bewind in de Duitse stad Wesel, aan de samenvloeiing van de Rijn en de Lippe, in erbarmelijke omstandigheden is omgekomen. De seminaristen hadden geweigerd zich te onderwerpen aan de door Napoleon aangestelde bisschop van Gent en werden als soldaat naar het front van de Napoleontische oorlogen in Duitsland gestuurd. Hier stond oorspronkelijk de boerderij van Serafiens ouders, het Christusbeeld is het werk van plaatselijk kunstenaar Herman Van Keymeulen, het geheel is een ontwerp van Jozef Heynderickx, voormalig bestuurslid van de Heemkring.

Oorspronkelijk kruisbeeld gemaakt door Valery Stuyver

De oorspronkelijke beeldhouwer van de lijdende Christus is Valery Stuyver, onderpastoor op onze parochie tussen 1942 en 1946. Onder het pseudoniem Albert Van Mijlbeke schreef hij in het oorlogsjaar 1944 ‘De Trouw van de Serre’, het levensverhaal van Serafien, met een moraliserende inslag.

Het kruis stond hier aanvankelijk voor de boerderij (zie foto onder) van Serafiens ouders, maar in de jaren 1970 zijn de hoeve en de achterliggende gronden verkaveld tot het huidige Keizershof.

In 1981 werd bij de voltooiing van de wijk met de oorspronkelijke hoevesteen een muurtje gemetseld door Albert D’haese.

De Gentse seminaristen dienden in augustus 1813 na aanhoudend protest ofwel schriftelijk hun akkoord te betuigen met de benoeming van de nieuwe bisschop de la Brue de Saint Bauzille, ofwel het seminarie waar zij hun opleiding tot priester volgden, onmiddellijk te verlaten en soldaat te worden.

Onder het motto ‘niet morgen, maar vandaag vertrekken wij, liever soldaat dan schismatiek’ maakten zij hun keuze duidelijk. Zij werden opgesloten in het voormalige Gentse Capucijnenklooster, dat als gevangenis voor dienstweigeraars fungeerde. Op 19 augustus 1813 vertrokken zij dan met 57 seminaristen uit het Departement van de Schelde te voet naar Wesel. De bedoeling was dat zij van daaruit naar Maagdenburg zouden worden gebracht om bij het Franse leger ingelijfd te worden, maar zij zouden er nooit aankomen.

Drie Wichelse jongens maakten deel uit van de tocht: naast Serafien De Keyser ook nog Vincent Dalschaert en Jozef Lauwaert. Eén week later vertrok ook dorpsgenoot Pieter Baeyens met een andere groep. Na een dagenlange mars via Aalst, Brussel, Leuven, Sint-Truiden, Tongeren, Maastricht, Roermond en Venlo kwamen zij op 30 augustus aan in Wesel. Via een ondergrondse toegang werden ze naar de binnenkoer van de citadel gebracht. Zoals dienstweigeraars kregen zij maar een half rantsoen te eten. Er was nauwelijks beddengoed en de luizen, muizen en ratten hadden er vrij spel in de vochtige kazematten, een ideale broeihaard voor ziekten. Diefstallen tussen de soldaten waren er bovendien schering en inslag.

Op 25 oktober 1813 besliste keizer Napoleon om Wesel voor 10 000 manschappen te bewapenen. Er werd daarom voor drie maanden voedsel ingeslagen. Vincent Dalschaert werd ingeschakeld in de administratie, hij was bij de gelukkigen. Onder de soldaten brak weldra de ‘rodeloop’ uit, een ontsteking van het slijmvlies van de dikke darm, die zich manifesteert door buikkrampen, koorts, slijmerige stoelgang met bloed vermengd en die uitermate besmettelijk is.

Voor de vermoeide Serafien De Keyser betekende dat de genadeslag. Hij overleed er op Allerheiligen, 1 november 1813. Zo werd hij een symbool van onvoorwaardelijke trouw aan de Kerk. Op respectievelijk 10 en 16 januari 1814 wisten Pieter Baeyens en Jozef Lauwaert uit de hel te vluchten. Vincent Dalschaert kende als ‘schrijver’ van een Franse kapitein een zachter regime en bleef op post. Hij werd later deken van Zottegem, Jozef Lauwaert werd pastoor en Pieter Baeyens legde zijn geloften uiteindelijk niet af.

Oprichting van een nieuw herinneringskruis door Heemkring Wichelen
en vervaardigd door kunstenaar Herman Van Keymeulen

Plaats een reactie